Redactie en foto’s Chris Reinders
Bas Houba, fotograaf: chris reinders
In deze rubriek leggen we de vrijwilligers van Landhuis Oud Amelisweerd de vraag voor waar ze graag over vertellen. Oud-verkeersvlieger Bas Houba (57 ) uit Utrecht gaat inmiddels zijn elfde seizoen in bij het Landhuis. Hij is gefascineerd door de bouwhistorie ervan. En was er maar meer bekend over het alledaagse leven ‘van ooit’. Het doet een beroep op zijn voorstellingsvermogen.
‘Degene die bouwt, legt zijn hele ziel erin’
De afspraak is enigszins vertraagd. Bas leidt een groep scholieren rond en die vragen wat meer tijd dan oorspronkelijk gepland. Eenmaal ‘verlost’ van de jeugdige toehoorders begint het zoeken naar een plekje voor het gesprek. Dat blijkt nog niet zo eenvoudig. De schoolklas is weliswaar naar de grote keuken gedirigeerd voor een ‘knipsel-workshop’, maar er is meer volk aanwezig. Onder anderen bezoekers aan de tentoonstelling van HKU-studenten in het Landhuis. Die gaat haar tweede dag in. Op voorstel van Bas wordt het kantoortje op zolder de interviewlocatie.
ONDERZOEK
De bouwgeschiedenis vindt hij uitermate boeiend. ,,En dan kom je al snel uit bij Gerard Godard Taets van Amerongen die het Landhuis in 1770 liet bouwen. Zonder architect. Maar Taets was een belezen man en hij hield van bouwkunst. Dus daar moet hij wel het nodige vanaf hebben geweten.” Bijzonder interessant voor de liefhebbers van de ‘stappen’ in het bouwproces, is volgens Bas het onderzoek uit 2020 door Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis (BBA) uit Utrecht, getiteld Bouwhistorisch opname met waardestelling. ,,Het is te vinden op de website”, voegt hij er ter verduidelijking aan toe.
EENLAAGS HUIS
Interessant, met name vanwege de eerdere bebouwing op de plek van het Landhuis, stelt Bas. Na de verwoesting van de ridderhofstede van ridder Amelis in 1672, liet herbouw lang op zich wachten. Maar er verrees wel ‘een bescheiden gebouw’ met trapgevel boven de nog bestaande kelderdelen, waarvan het oudste nog uit de vijftiende eeuw kan dateren, aldus het onderzoek van BBA. Het geheel werd in 1725 gekocht door Jacob Johan van Delen die de trapgevel liet slopen en ernaast aan de kant van de Kromme Rijn een breed eenlaags huis bouwde.
VLOEREN
Op de fundamenten van dat huis bouwde Taets van Amerongen het Landhuis, vervolgt Bas. ,,Dat huis was echter veel minder diep. De scheidingsmuur op de begane grond met de salons was de buitenmuur ervan”, doceert Bas. ,,De huidige houten vloeren markeren de omtrek van dat oude huis. Daaronder is nog een kruipruimte waar de tegelvloeren liggen.” Taets bouwde volgens het BBA-onderzoek het ‘oorspronkelijke deel’ verder uit tot een ‘rijk buitenhuis’ met marmeren vestibule, grote staatsietrap en op de begane grond of bel-etage, kamers in enfilade.
ZIEL
Degene die bouwt, legt zijn ziel erin, betoogt Bas. ,,Dat spreekt enorm tot mijn verbeelding. Het huis is ontworpen specifiek als zomerverblijf voor een gezin. Op de verdieping is dat bijvoorbeeld duidelijk te zien. Daar zijn vijf kamers aangelegd: apart één voor de ouders en de andere voor de kinderen. En er was in de tijd van Taets ook personeel in het Landhuis. Hier op zolder zie je de lay-out van de slaapvertrekken van de bediening. En van de werkkamers en de kamer waar de was werd gedaan. Ik vraag me weleens af hoe de gezinsleden en het personeel met elkaar omgingen. Maar ik zou ook wel meer willen weten over het alledaagse leven. Ik probeer me daar af en toe een voorstelling van te maken.”
Bron: https://landhuisoudamelisweerd.nl/wp-content/uploads/2021/06/Oud-Amelisweerd-Bunnik-BHO.pdf
Dit is de vijfde editie van deze rubriek. Benieuwd naar meer? Lees dan nummer 4 hier: Landhuis Binnenste Buiten #4
Bas Houba, fotograaf: chris reinders